Terugkeer bij Nederland


In 1839 wordt de huidige provincie Limburg weer vanuit Den Haag bestuurd. Het bestuurscentrum gaat dan weer over naar Maastricht. Valkenburg behoudt, ondanks het afgenomen postverkeer, het postkantoor. In de periode 1839-1850 is een aantal malen geprobeerd om het postkantoor in Valkenburg op te heffen.

Omdat de Nederlandse Posterijen het belangrijk vinden dat de plattelandsdienst behouden blijft, wordt in augustus 1839 door de districtscommissaris in een brief aan zijn burgemeesters verzocht voorstellen te doen voor het verbeteren van de plattelandsdienst. De burgemeester van Heerlen grijpt deze gelegenheid aan om te pleiten voor de oprichting van een postkantoor in zijn gemeente en gelijktijdig de opheffing van het postkantoor Valkenburg. In 1841 wordt door de controleur van het postkantoor Maastricht een voorstel gedaan voor de reorganisatie van de plattelandspostdienst in Zuid-Limburg.
  • Opheffing van de bodeloop vanuit Valkenburg naar de dorpen rond Maastricht.
  • Opheffing van het postkantoor Valkenburg en vestiging van een distributiekantoor in Heerlen.
  • De overgebleven bodelopen van Valkenburg worden overgenomen door het distributiekantoor Heerlen.
    Alleen het eerste voorstel wordt overgenomen door de Gouverneur.

    In de rest van Nederland wordt nu ook de plattelandspost ingevoerd. Hier is echter geen aanvullend plattelandsport verschuldigd terwijl in Limburg de plattelandsport wel blijft gehandhaafd. Voor het gebied tussen Venlo en Mook en ook in België wordt deze extra port in 1848 afgeschaft (Circ. 379). In het overige deel van Limburg wordt deze pas in 1850 afgeschaft (Postwet 1850, Circ. 421). Zie onderstaande brieven Houthem (busstempel B) naar Mons, van Gulpen (busstempel Z) naar Brussel (1839) en van Voerendaal (busstempel Y) naar Luik (1845).

    [IMAGE]

    Brief van Houthem naar Mons met busstempel B. De brief naar Mons is op 4 juli 1839 geschreven in Houthem en wordt opgehaald door de postbode van de plattelandspost. Dit laatste is te zien aan het busstempel, in dit geval de letter B en het stempel SR, service rural. Omdat de brief is geschreven in Houthem zou men verwachten dat hij dan ook in die plaats in de brievenbus van de plattelandspost is gepost. Algemeen wordt echter aangenomen dat Houthem het busstempel I heeft. Dit is gebaseerd op poststukken van na 21 juni 1839 en de systematiek van het toekennen van busstempelletters in andere gebieden. Het busstempel B wordt toegeschreven aan Oud-Valkenburg maar het is onlogisch dat de brief daar is gepost omdat de kortste weg van Houthem naar Oud–Valkenburg, via Valkenburg loopt. In plaats van de brief in Oud-Valkenburg te posten is het sneller en goedkoper, want dan is geen toeslag voor de service rural nodig, om deze aan het postkantoor in Valkenburg af te geven. Poststukken uit de Belgische periode kunnen uitsluitsel geven welk busstempel Houthem daadwerkelijk heeft gehad, maar of deze voorhanden zijn? De brief is daarnaast ook nog afgestempeld met het Belgische vertrek- en aankomststempel met de Franstalige naam voor Valkenburg, Fauquemont. Omdat Valkenburg begin juli 1839 nog geen Nederlandse stempels heeft ontvangen, is dit stempel dus ook nog enkele weken na de overname van de postdienst door de Nederlandse posterijen gebruikt. Opmerkelijk is wel dat de plaatsnaamaanduiding Fauquemont niet zichtbaar is. Mogelijk is dit, door het nu Nederlandse postkantoor, bewust gedaan om geen Franstalige naamsaanduiding te laten zien.
    [IMAGE]
    Brief van Gulpen (busstempel Z) naar Brussel (1839) met het Service Rural stempel voor de plattelandspost.
    [IMAGE]
    Brief van Voerendaal (busstempel Y) naar Luik (1845) met het Service Rural stempel voor de plattelandspost.

    De brievenbusstempels werden ook na 1850 nog gebruikt. Zie de brieven van Houthem (bustempel I) naar Amsterdam (1851) en het zeer late gebruik uit 1865 zoals te zien is op de brief van Kerkrade (AF) naar Maastricht. De brief van Houthem naar Amsterdam is waarschijnlijk met de bodeloop van Valkenburg naar Maastricht gebracht (zie circulaires 422 en 442).

    [IMAGE]

    [IMAGE]



    Bronnen
  • Ickenroth J. Het afstempelen van brieven in Nederlands Limburg in de Belgische periode 1830-1839.
  • Knarren L. De postgeschiedenis van Heerlen. 1999.
  • van Vucht H. 9 jaren Belgisch postwezen in Limburg. Limphia '89. 1989.