Degradatie tot hulppostkantoor



Bij de algehele reorganisatie van het postwezen in 1850 wordt Valkenburg gedegradeerd tot hulppostkantoor (Circulaire 419). De vroegere directeur van het postkantoor, de heer Oderkerke, is nu in feite brievengaarder van het hulppostkantoor maar hij mag de status van "directeur-titulair" na 1850 behouden.

In 1850 zijn er in Zuid-Limburg maar vier postkantoren (Maastricht, Heerlen, Vaals en Sittard) en twee hulpkantoren (Gulpen en Valkenburg).
Een hulpkantoor heeft maar een beperkte postale functie. Vaak is de woning van de brievengaarder ook het hulpkantoor. Het hulpkantoor is herkenbaar door een geschilderd bord met het opschrift Hulpkantoor der brievenpost. Onder of in de buurt van het bord is een brievenbus geplaatst.

De brievengaarder van het hulpkantoor verzamelt de post in zijn rayon en zet een naamstempel op de brief. Tot 1865 moet dit stempel op de achterzijde van de brief worden geplaatst. Vervolgens gaan de brieven naar het postkantoor waaronder het hulpkantoor ressorteert. De meeste brieven worden tot 1871 ongefrankeerd verstuurd en kunnen daarom direct in de brievenbus van de brievengaarder worden gestopt. Voor de weinige te frankeren brieven heeft de brievengaarder een portlijst van het postkantoor beschikbaar. Hij int het port voor een gefrankeerde brief en noteert op een formulier de uitgaande (on)gefrankeerde post per datum. Vervolgens worden de brieven meegegeven voor het vervoer naar het postkantoor.

De brievengaarder van Valkenburg moet brieven kosteloos bestellen indien de brief in de kom van de gemeente wordt besteld. Voor brieven die buiten de kom moeten worden besteld, mag een bestelloon worden gevraagd. Het bestelloon mag niet meer zijn dan 2½ cent per brief een één cent per pakje drukwerk.

Bronnen
  • Blom F. Documentatie postinrichtingen 1850-1906. 1972.
  • Circ. 419. 1 augustus 1850.
  • Po&Po. Postmerken en Postinrichtingen. PEP. 2006.